Ze moeten altijd mij hebben!

Blog 5: ‘Probleemgedrag’ en toepassen van rechtvaardige procedures in de klas.

Dag allemaal,

De scholen zijn begonnen. Gelukkig weer fysiek onderwijs, wel met coronabeperkingen.

Is er bij de start van het schooljaar door schoolleiding en leerkrachten stil gestaan bij de impact van (on)rechtvaardigheid in relatie tot schoolklimaat, probleemgedrag, psychisch welbevinden en leerresultaten van leerlingen, onderwijzend personeel en ouders? Ik hoop het. Naarmate er meer rechtvaardige procedures worden toegepast op school, thuis en/op het werk, zullen probleemgedrag, psychische problemen en ziekteverzuim verminderen blijkt uit de onderzoeksresultaten die ik in mijn boek bespreek. Het leidt tot meer verbinding met de school en onderling vertrouwen.

Rechtvaardig handelen is belangrijk, omdat onze hersenen als eerste zijn gericht op overleven en het omgaan met een bedreiging, daar gaat alle aandacht naar toe en is ‘leren’ aan gerelateerd. Schools leren komt pas daarna.

Rechtvaardige procedures toepassen is belangrijk. Procedures die voldoen aan de criteria: consistent en voorspelbaar, transparant , luisteren naar de ander, objectief, rekening houden met alle belangen en de ander met respect behandelen (ook als de ander dat bij jou niet doet). Daardoor voelen mensen zich gehoord en bij de groep horen, ze merken dat ze ertoe doen.

Dat zijn geen nieuwe criteria, vaak betreft het de effect hebbende elementen uit gedragsinterventies, hulpverleningsprogramma’s, pestprotocollen en goed klassenmanagement. Logisch, onrechtvaardigheid waarnemen grijpt diep in, raakt het diepste zijn van mensen en roept direct op tot correctie en wraak.

Gedrag ontstaat in interactie met anderen, dus ook probleemgedrag op school, thuis of op het werk.  ‘Stoorgedrag’ in de klas is vaak een ‘normale’ reactie op een bedreigende situatie; ook jij en ik zouden dat in zo’n situatie kunnen doen. Stel je eens voor dat je niet goed kunt lezen en je gaat van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Je maakt kennis met je nieuwe klasgenoten en na de eerste wat ontspannen week gaan de echte lessen beginnen. Je krijgt het benauwd, een leesbeurt komt steeds naderbij en je leest heel erg slecht, bent bang dat je de woorden niet ziet, gaat stotteren, rood wordt of gaat huilen van ellende. Wat dan? Ga jij dan wiebelen op je stoel, je ogen neerslaan, ineens iets uit je tas pakken, ineens naar het toilet, lopen door de klas, word je ziek, vergeet je elke dag boeken mee te nemen of ga je er voor zorgen dat je uit de klas gestuurd wordt? Allemaal strategieën om deze bedreigende situatie te ontlopen.

Het is dan ook belangrijk dat je bij ‘stoorgedrag’ na gaat wat er aan vooraf ging, wat er op volgt en of het belonend is. Straf krijgen of eruit gestuurd worden kan in de ogen van de leerling minder erg zijn dan afgaan voor (nieuwe) klasgenoten, het is dan belonend.

Verder is het handig om ook goed naar je eigen gedrag te kijken (reflectie) en jouw mogelijke bijdrage aan ‘stoorgedrag’. Heel verhelderend kan dan een korte opname van je lessen zijn, die je uitschrijft. Bewust worden van je eigen bijdrage is één ding, je eigen gedrag veranderen is wat anders, aangezien je dan niet op routines kunt terugvallen die werken. Het doet een extra beroep op je cognitieve capaciteit, heel lastig in stressvolle situaties en als je veel aan je hoofd hebt.

Een observatieverslag van een leerling kan ook veel informatie geven, mits gedragingen objectief worden beschreven en er geen intenties worden ingevuld. Wil je een voorbeeld van een observatieverslag lezen waarbij Nico, een 11 jarige jongen met probleemgedrag wordt geobserveerd bij een les van twee leerkrachten en wat voor informatie dat geeft, klik dan hier.

Succes allemaal in het nieuwe schooljaar!

Groet van Anja.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.