Ze moeten altijd mij hebben!

Blog 6. Verdwijnen zwarte piet: afbraak sterke relatie positief en zwart

Hallo allemaal,

Het was eind vijftiger jaren, ik was bijna vier jaar, toen ik op een dag samen met mijn moeder naar de dokter ging. Er was geen afsprakenspreekuur, iedereen werd op volgorde van binnenkomst geholpen. Gelukkig er waren er nog zitplaatsen vrij. Een donkere man zat schuin tegenover ons. Enthousiast riep ik “Mama, mama, zwarte piet is er ook!”. Mijn moeder  verschoot van kleur, ‘Sttt’ siste ze, ‘dat is zwarte piet niet!’. Andere  mensen in de wachtkamer keken ineens omlaag of lachten wat besmuikt. De donkere man knikte vriendelijk naar mij, ook toen ik een tweede keer ‘zwarte piet is er!’ riep. Al gauw kwam de assistente er aan, ze keek rond en riep ons naar binnen.

Jee…. Wat een denigrerende, racistische, discriminerende,  gênante en ongemakkelijke vertoning, zal je waarschijnlijk denken. Hoe onrechtvaardig is dit tegenover de donkere man. Juist dit soort situaties zijn dé reden om zwarte piet zo snel mogelijk af te schaffen!

Daar kan ik in meegaan, maar toen ik wat doordacht vroeg ik me af of dat misschien een te snelle conclusie zou zijn. Als je zwarte piet afschaft, schaf je ook een hele sterke relatie tussen zwart en positief af. Een relatie die bij heel veel Nederlanders in de afgelopen decennia is aangelegd en jaarlijks werd verstevigd. Dat biedt een goed tegenwicht tegen de negatieve associatie van zwart met de dood, code zwart, onweer, somberheid of de slechterik in boeken en films. Vervalt die positieve relatie, dan slaat de weegschaal nog verder door naar negativiteit, ook door de agressieve manier van afbreken.

Wat mensen als onrechtvaardig, discriminerend en racistisch beschouwen kan per persoon verschillen. Daarbij spelen factoren als context, eerdere ervaringen en de groepen waarin mensen zich begeven een rol, evenals hun uiterlijk waarneembare kenmerken. Kenmerken die ze meenemen in al hun sociale contacten (zie mijn boek ). De ene persoon kan iets als onrechtvaardig, discriminerend of racistisch ervaren en de ander niet.

Een andere gênante situatie, ook echt gebeurd.

Ik moest bloedprikken in het ziekenhuis. Wederom geen afspraakspreekuur, maar geholpen worden op volgorde van binnenkomst. Hoewel het nog vroeg was, liep de grote wachtruimte al behoorlijk vol. Ik vond een zitplaats bij het gangpad. Na een tijdje zag ik ineens beweging  aan de overkant van de ruimte. Een oude man reed in een rolstoel in mijn richting en stopte pal voor me. Hij keek me indringend aan en begon luidkeels een lied te zingen. Het schaamrood steeg naar mijn kaken en ik wist niet waar ik moest kijken. Er werd naar ons gewezen, mensen fluisterden en een enkeling lachte besmuikt. Toen de man klaar was met zingen vertelde hij dat hij dit lied vroeger altijd zong op de zondagsschool met een hele lieve juf. Ik leek sprekend op die juf. Hij had zulke mooie herinneringen aan haar, dat hij dit lied voor mij moest zingen. Kort daarna was hij aan de beurt. Ondanks de gênante situatie werd het een positieve herinnering voor mij.

De situatie bij de dokter en het ziekenhuis hebben veel overkomsten: ze zijn beiden gênant voor de persoon in het middelpunt én voor aanwezige toeschouwers. De persoon die voor het ongemak zorgt krijgt voorrang. Het gaat om uiterlijk waarneembare kenmerken. Kenmerken die ervoor zorgen dat de gênante situatie ontstaat. in beide gevallen activeren die een hele positieve herinnering bij degene die voor de gênante situatie zorgt en ongemak bij degene die in het middelpunt staat.

Er is ook verschil en dat hangt vooral af van uiterlijke kenmerken van de personen. In de situatie bij de dokter zal waarschijnlijk eerder over discriminatie en racisme gesproken worden, tenminste als de oude man in het ziekenhuis een witte man is en de vrouw ook wit is. Dat kan veranderen als de vrouw die wordt toegezongen bijvoorbeeld een Aziatisch of donker uiterlijk heeft of als de man een Aziatisch of donker uiterlijk heeft. Ook een donker meisje of jongetje in de wachtkamer van de dokter kan tot een andere beoordeling leiden ten aanzien van discriminatie en racisme.

Nieuwe dingen vergelijken we met kennis die we al hebben. Voor mij was dat: een donkere man is zwarte piet. Dat veranderde na het doktersbezoek in: niet iedere donkere man is zwarte piet, zwarte piet is er alleen in november en december,  er wonen het hele jaar veel donkere mensen in Nederland, donkere mensen zijn net als zwarte piet aardig. Op kleuterleeftijd werd er een hele stevige relatie tussen zwart, aardig en positief in mijn geheugen aangelegd en die werd gedurende 60 jaar elk jaar weer bevestigd en verstevigd. Het vormde ook een soort ‘halo’ effect, een positieve benadering, naar donkere mensen die ik daarna tegenkwam. Jammer dat deze sterke relatie wordt afgebroken, dat drijft mensen uit elkaar.

In mijn ogen kun je beter ‘strijden’ voor een win win situatie en daarmee voor zwarte sinterklazen met witte pieten naast witte sinterklazen met zwarte pieten, al dan niet met geschminkte sinterklazen en pieten. Dan blijft de sterke relatie tussen zwart en positief behouden, en wordt deze uitgebreid en versterkt. Er ontstaat gelijkwaardigheid, die weer jaarlijks wordt bevestigd en verstevigd.

Dat doet een roetveegpiet niet, mij herinnert die vooral aan het als kind in hartje winter door de vrieskou in de schuur kolen moeten scheppen. Een smerig werkje, waarna ik er meestal als een roetveegpiet uitzag en er een koude douche volgde.

Misschien toch behoud van zwarte piet en positiviteit?

Groet van Anja

A. Diender ‘Ze moeten altijd mij hebben!’ 2020, ISBN 9789464182200 en 2021 (ebook) ISBN 9789464184204, Brave New Books.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.